Gemeentelijke kolom vindt aansluiting bij overige crisispartners
“ CENS2 heeft een belangrijke beweging op gang gebracht. Het denken over gemeentelijke taken in de multidisciplinaire crisisbeheersing is mede dankzij dit programma verder tot ontwikkeling gekomen. Dat is vele malen belangrijker dan het opleveren van allerlei rapporten en producten”, aldus Maarten Dewachter, voorzitter landelijk overleg coördinatoren bevolkingszorg namens het Landelijk Overleg Coördinerend Gemeentesecretarissen.
“Door het denken te veranderen en een beweging op gang te brengen zoeken mensen elkaar op, discussiëren ze met elkaar en werken ze samen. Dat is pure winst voor de multidisciplinaire crisisbeheersing.” Dewachter weet de resultaten van CENS2 op waarde te schatten, omdat hij al jaren hamert op integraliteit en multidisciplinaire samenwerking. Vanuit de gemeentelijke kolom was hij jaren geleden betrokken bij de discussies over een op te richten landelijk centrum voor opleiden, oefenen en trainen. Toen deze er niet kwam, heeft hij samen met anderen zich hard gemaakt voor kennisontwikkeling en borging van de multi-samenwerking. Uiteindelijk werd dit door het toenmalige ministerie van BZK belegd bij het programma Centre of Excellence for National Safety and Security ( CENS2 ).
Geoliede machine
Dat de gemeentelijke kolom naarstig behoefte heeft aan kennisontwikkeling en integrale samenwerking is volgens Dewachter niet zo verwonderlijk. “Onze context is heel anders dan die van hulpdiensten als de brandweer en de politie. De kolom ‘Gemeenten’ wordt veel minder hiërarchisch aangestuurd, kent in de preparatie geen eenhoofdige leiding en bovendien zijn gemeenten autonoom. Dat heeft zijn invloed op ons proces van opleiden, trainen en oefenen. Door recente rampen en crises heeft de gemeentelijke kolom een belangrijke impuls gekregen om haar rol in de crisisbeheersing als gelijkwaardige partner verder uit te werken en te professionaliseren. Die rol is complementair aan die van de politie, brandweer en GHOR. Met elkaar moeten we een geoliede machine zijn, want voor de burger maakt het niet uit wie wat doet. Als het maar loopt. Daarom moeten we een gezamenlijke visie op crisisbeheersing hebben en een proces voor multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen. CENS2 is in dit geheel een belangrijke initiator en stimulator geweest. Als gemeentelijke kolom hebben we belangrijke ondersteuning uit het programma gehad om aansluiting te kunnen vinden bij de andere crisispartners. Bijvoorbeeld bij de implementatie van het Referentiekader Regionaal Crisisplan (RRCP) en de doorontwikkeling daarvan in de ‘oranje werkplaats’. De producten daarvan vormen weer een goede basis voor het project GROOTER. In dat project gaat we net als in GROOT een aantal sleutelfuncties in de gemeentelijke rampenbestrijding van uniforme taakkaarten en competenties voorzien.
Blijvend professionaliseren
Nu het programma CENS2 eindigt, pleit Dewachter voor borging bij het nieuwe IFV. “Als gemeenten hebben we geen eigen academie. Het is echter wel noodzakelijk om het multi-gedachtengoed en alle resultaten te beheren. Bij het RRCP en de uitkomsten van de eerder genoemde projecten gaat het om levende documenten. Die moeten naast beheerd ok steeds verbeterd worden, zodat we blijvend kunnen professionaliseren over alle kolommen heen.”
